Camiel Van Breedam is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de assemblagekunst in België. Hij maakt nu al meer dan vijftig jaar assemblages (environments, collages, kastjes, sculpturen, objecten, …).

Van in den beginne maakt hij werken met de hulp van uiteenlopende afgedankte materialen die geplaatst worden tegen of in een achtergrond van ruw aangebrachte en gekleurde plamuur.

Dan groeit zijn stijl langzaam weg van een eerder abstracte invloed in de richting van een aangrijpende, drukke manier om zijn gepassioneerde bezorgdheid uit te drukken over de essentiële thema’s die zowel de maatschappij als het individu beginnen te overspoelen in de jaren zeventig en tachtig: vervuiling, bureaucratie, onderdrukking van minderheden, middelmatigheid, … In die periode manifesteert Camiel Van Breedam zijn opinies artistiek op een tomeloos extraverte manier. Zijn werken stralen een snijdend indringende kracht uit. Hij haalt uit naar elk misbruik dat zijn pad kruist. Maar in de kern blijft zijn kunst antropomorfisch en humanistisch: de mysteries van de menselijke conditie in stresssituaties houden hem in een eindeloze betovering.

Zijn materiaalkeuze is steeds geïnspireerd door zijn verlangen om allerlei soorten rommel en weggeworpen voorwerpen te redden van de manie van de westers samenleving om alles te dumpen. Zijn techniek om deze gevonden voorwerpen in een nieuwe context te brengen is zijn manier om de ontgoochelende werkelijkheid te herwaarderen. Hij biedt deze gehavende en versleten overblijfselen een nieuwe kans om te communiceren en met hun hulp probeert hij een nieuwe wereld vrij te maken binnen de begrenzing van zijn kastjes.

Geleidelijk aan wordt Camiel Van Breedam selectiever in de keuze en de plaatsing van zijn materiaal. Hij ontwikkelt een neiging om het gevonden voorwerp haast voor zichzelf te laten spreken. Zijn belangstelling begint zich toe te spitsen op de aura’s en de zuiver poëtische kwaliteiten van zijn materiaal. Door elementen te plaatsen in situaties die gecontroleerd worden door een toestand van wankel evenwicht, confronteert hij de toeschouwer met het thema van de limiet. Tijdens het creatieproces begint hij nu de sluipwegen te volgen van de tussenliggende stadia in groei en verval, geboorte en sterven, verleden, heden en toekomst, … Hij is gefascineerd door de interacties tussen de noties open/gesloten, eindig/oneindig, binnen/buiten. Hij koestert het tussengebied, het niemandsland op de drempel van de dichotomie.

Kort daarop wordt hij weggelokt door de hypnotiserende aantrekkingskracht van zijn eigen achtergrondmateriaal, meestal witte plamuur. En zo komt hij in zekere zin min of meer zijn vroegste werken opnieuw tegen. Maar deze vluchtige betovering zet een nieuwe spiraalbeweging in gang in de richting van de “poésie pure”. Zijn verkenning van de subtiele connotaties die verborgen zitten in puin en afval leidt nu naar mijmeringen over de fundamentele kernvragen van het menselijk leven. In deze recente werken drukt hij zijn existentiële ongerustheid uit in een atmosfeer die hij laat uitkomen tegen gesofisticeerde kleurtinten. De werkelijkheid wordt niet langer alleen maar gerecupereerd, ze wordt gesublimeerd via een proces van sensibilisatie.

Camiel Van Breedam heeft empathische krachten ontwikkeld die de toeschouwer betrekken in zijn obsessie met het cyclisch proces van leven, dood en wedergeboorte. Hij spoort u aan om deel te nemen in zijn strijd die de zeldzame momenten van broze schoonheid belicht, die blijven voortbestaan in deze wereld, terwijl hij u tezelfdertijd confronteert met de ontnuchterende zekerheid van de onzekerheid.


Etienne Wils
September 2003